Recensie 4

patientervaringsverhalen

Geneeskunst? Blijspel in vier bedrijven
Dr. Henk Tjong Tjin Tai 

Uitgeverij Pagode, 2012. ISBN: 978908947909 (Ziekte algemeen/ Aanvullend alternatieve geneeswijzen/Arts als patiënt/ AG/ED/1). 

Zie: http://www.pumbo.nl/boek/geneeskunst

Patiëntervaringsverhalen.nl
Recensent: Merthe van der Bruggen 

Soort boek/Ziekte/Stijl: 
Onderhoudende, informatieve en uitgebreide verzameling casussen over de aanvullende waarde van Traditionele Chinese Geneeswijzen (Engelstalige afkorting TCM) op de reguliere westerse geneeskunde. Deels een egodocument waarin Henk Tjong Tjin Tai op zijn eigen aandoeningen ingaat. Het boek bevat nogal veel medisch jargon, dat achterin het boek verklaard wordt. Toch is het goed te lezen, mede door de droogkomische stijl van de auteur. Geschikt voor zorgprofessionals en kritische patiënten. Dr. Tjong beschrijft hoe hij veelal succes boekt waar de reguliere geneeskunde faalt. Hij aarzelt niet om ook zijn eigen leerpunten te benoemen. Tjong dient critici van alternatieve geneeswijzen van repliek en roept zorgprofessionals op hun diensten aan te passen aan elk individu en niet overmatig op evidence based methoden of protocollen te vertrouwen. Met zijn bijdrage wil de auteur helpen voorkomen dat TCM voor Nederland verloren gaat.

Over de schrijver: 
Henk Tjong Tjin Tai (1940) is geboren in Paramaribo, Suriname. Zijn basisvorming ontving hij in Tilburg en Nijmegen binnen Katholieke instituten. Nadat hij aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen afgestudeerd was als arts, volgde hij de opleiding tot algemeen chirurg. Hij promoveerde, werkte enige tijd als praktiserend chirurg op het platteland en aanvaardde daarna een adviserende functie bij het GAK. Hier ontmoette hij veel patiënten met pijnklachten en werd zijn interesse in de acupunctuur aangewakkerd. Na zijn vroegtijdige VUT heeft hij zich toegelegd op het beoefenen van de Traditional Chinese Medicine (acupunctuur, fytotherapie) en hypnotherapie. Sinds 1997 vormt hij met Peter H.Q. Wang een maatschap in Den Haag en Leiden: acupunctuur-tcm.nl. 

 
Korte Beschrijving: 
Met onderkoelde humor schetst dr. Tjong de mogelijkheden en onmogelijkheden van Traditionele Chinese Geneeswijzen (Engelstalige afkorting TCM). De casuïstiek die hij beschrijft beslaat tientallen jaren van praktijkvoering en privé-ervaring. Hij heeft deze ingedeeld in bedrijven en tonelen, alsof het een lang toneelstuk betreft. De lezer volgt dr. Tjong terwijl hij acupunctuur beoefent en eeuwenoude kruidenmengsels voorschrijft in de meest uiteenlopende situaties. Waar psychische factoren een rol spelen, zet hij regelmatig hypnotherapie in. Uitgangspunt voor zijn behandeling is de 
hele patiënt, met wie hij een persoonlijke werkrelatie aangaat. Een heel ander uitgangspunt dan in de reguliere geneeskunde, waar niet zozeer personen als wel organen en dossiers behandeld worden. 

Het verschil tussen geneeskunde en geneeskunst vormt een terugkerend thema in dit boek. ‘De kunst van het genezen bestaat uit het zoeken naar de juiste oplossing voor die speciale patiënt (p. 140)’ Daarmee neemt hij afstand van een manier van werken die primair berust op het uitvoeren van protocollen. Ook laat hij zien hoe vreemd het is uit te gaan van een denkbeeldige gemiddelde patiënt, die je in de spreekkamer nooit tegenkomt. 

Dr. Tjong’s successen worden regelmatig gebagatelliseerd, omdat hij niet in detail kan uitleggen hoe ze zijn behaald. Tjong legt uit dat dat komt doordat TCM de mens als een open systeem beschouwt, waarin allerlei factoren tegelijk op elkaar inspelen. Dit in tegenstelling tot de reguliere geneeskunde, waar één oorzaak vaak gekoppeld wordt aan één kwaal. De auteur beargumenteert waarom hij vindt dat het placebo-effect in ieder geval geen afdoende verklaring biedt. Hij juicht onderzoek toe, maar belangrijker dan wetenschappelijke verklaringen vindt hij, dat de lijdende mens geholpen wordt. ‘Al het andere zal de patiënt worst wezen’. 

Tjong trekt fel van leer tegen zogenaamde “antikwakkers”, zoals hij de Vereniging tegen de Kwakzalverij en aanverwanten noemt. In zijn beleving ontnemen die patiënten reële hoop op verlichting. Waarom gaat hij gedetailleerd in op hun argumenten en beschuldigingen. Ook het dossier Sylvia Millecam komt aan de orde. Intussen heeft hij zichzelf de geuzennaam “kwakzalver” aangemeten. 

Wat viel op: 
Dit is een boek waar de gedrevenheid vanaf spat. Dr. Tjong aarzelt niet om uiterst persoonlijke ervaringen te beschrijven, tot klachten aan de anus en de vorm van zijn keutels aan toe, als dat helpt de werking van TCM te illustreren. 

Het boek beschrijft een zeer groot aantal klachten op het gebied van lichaam en geest en gaat diep in op aantijgingen van critici. Hierdoor is het tamelijk lijvig geworden. Patiënten en professionals van allerlei pluimage zullen hierin iets van hun gading kunnen vinden. 

Dr. Tjong dringt er op aan eerst zorgzaamheid en milde behandelingen voor te schrijven, alvorens zware medicijnen of operatief ingrijpen in te zetten. Zijn ervaring is dat zulk zwaar ingrijpen soms niet nodig is en veel bijwerkingen heeft, terwijl het de kans op genezing door mild ingrijpen verkleint. Ook brengt hij onder de aandacht van de lezer dat TCM vele milde behandelingen kent, die aan de doorsnee reguliere arts volledig onbekend zijn. Hij dringt erop aan dat hiervan kennis genomen wordt. Operatief ingrijpen zou alleen moeten plaatsvinden als de indicatie daartoe aan nauw omschreven criteria voldoen. Ook moet er goed naar de patiënt geluisterd en gekeken worden ( en niet alleen naar het patiëntdossier of de MRI! ). Toch stelt hij dat bij iedere klacht of aandoening de eerste gedachte dient uit te gaan naar een reguliere aanpak. 

De auteur ondersteunt terminale patiënten vaak met palliatieve zorg, terwijl zij onder behandeling zijn bij reguliere artsen. Door te luisteren naar de wensen van patiënten en af te zien van valse hoop om een terminale patiënt nog te genezen, is meer kwaliteit van leven in de laatste levensfase mogelijk. Omdat patiënten “palliatief” vaak gelijk stellen aan “terminaal”durven artsen vaak niet over palliatieve zorg te beginnen. Zodra het lichaam weer weerstand heeft opgebouwd, wordt er met agressieve, curatieve zorg begonnen. Dit bemoeilijkt het stervensproces nodeloos. Huizing: “Als een patiënt niet meer beter kan worden, wordt vaak gezegd, dat er niets meer gedaan kan worden. Maar voor de patiënt als mens begint het dan pas’. 

Citaten: 
p.14: ‘Door sommigen wordt sterk de nadruk gelegd op de evidence based medicine. […]Bij een evidence based onderzoek wordt alles gereduceerd tot één aandoening (het reductionisme), zonder dat Rekening wordt gehouden met het feit dat er vaak meer aandoeningen bij één individu aanwezig zijn, die veelal ook van verschillende aard zijn. Het voordeel van deze gedachtegang is dat sneller en met minder moeite een onderzoeksresultaat geboekt kan worden. Het reductionisme is zeker nuttig geweest […]. Maar we lopen nu langzamerhand op tegen de beperkingen ervan. 

 p.44: [Mijn TCM verklaring] klinkt allemaal wat hypothetisch. En zal de antikwakzalvers voer geven om weer in het geweer te komen. Het zou best kunnen dat wij de ziekte niet genezen hebben, maar hoe het ook zij, wij hebben deze zieke wel kunnen helpen. Zoals prof. Rooijmnans e.a. (2003) vanuit hun gezichtshoek terecht stellen: ‘Alternatieve geneeskunde geneest geen zieken, maar ze helpt soms wel zieken.’ 

 p.54: ‘Ondanks mijn scepsis heb ik gelukkig toch naar de patiënt geluisterd. Als ik alleen maar mijn eigen wil en denkbeelden had gevolgd, was het zeker niet gelukt […] te helpen. Dit is voor mij een mooie les geweest.’ 

 p.64: ‘In dergelijke gevallen zijn de mogelijkheden in de reguliere geneeskunde superieur aan die in de alternatieve geneeskunde. […] Hoeveel de [Chinese] kruiden hebben bijgedragen tot de genezing zal de patiënt worst wezen. In ieder geval is ze van haar klachten af en is ze weer de vitale levenslustige vrouw van voorheen.’ 

 p.144: ‘Voor wie denkt dat ik met het bespreken van de ziektegevallen mijn briljante geest heb willen tentoonspreiden, dit is niet het geval, want ik heb geenszins de beschikking daarover. Wel heb ik […] gebruik gemaakt van het gezonde agrarische deel van het weinige dat ik ooit heb meegekregen.’